Een roeken-loze tocht?
Nee, wees niet bang, er staat niet; een roekeloze tocht maar een roeken-loze tocht. Er zijn geen gevaarlijke capriolen uitgehaald of ongeoorloofde dingen gebeurd. Zeker niet. Hoewel dit van een vrachtwagenchauffeur enkele weken eerder niet gezegd kan worden. Waarom niet? De parkeerplaats waar we willen starten en eindigen was afgesloten. Kort hiervoor had een vrachtwagenchauffeur het fietspad genomen en is over een brug gereden die gedeeltelijk is ingestort en nu dus is afgesloten. Gelukkig ligt er enkele honderden meters eerder nog een parkeerplaats en deze hebben we nu als start en eind punt gebruikt.
Enkele ouders komen hun kroost met vrienden brengen. Anderen fietsen met hun kroost mee deze dag. Mart van Klaveren en Jefta Timmer komen zelfs helemaal uit de Krimpenerwaard fietsen via de pont van Schoonhoven. Wat fijn dat ze de wind mee hadden. Als ze bij ons aansluiten, hebben ze al 36 km gefietst. Later, rond 9.50 uur voegt een vader met zijn dochter zich aan de groep toe als zij met de eerste pont van Dordrecht oversteken bij de `Kop van het Land` en zo de BBB infietsen. Totaal zijn we met drie volwassenen, twee jongeren en, laten we zeggen, acht ‘jongere’ jongeren. Er staat een redelijke wind, maar het weer is goed. Wolken en zon wisselen elkaar af.
Vóór vertrek vertel ik iets over het ontstaan van de Biesbosch. We zien drie lepelaars overtrekken en horen op de parkeerplaats de tjiftjaf, de cetti`s zanger, groene specht en de zanglijster. En dan horen we, een beetje twijfelend nog, de eerste (voor mij dan) fitis dit jaar. We fietsen naar de Bandijk en ondertussen ‘verzamelen’ we vogelsoorten. We zien bij de `Kievitswaard` vooral de soorten die veel voorkomen zoals meerkoet, kuifeend, kleine mantelmeeuw, fuut, witte kwikstaart . We horen de veldleeuwerik; even later zien we deze omhoog en omlaag zweven en buitelen. Deze soort gaan we nog veel horen deze dag. Het is genieten om er even voor stil te staan en te luisteren naar deze koninklijke zang!
We fietsen door naar de `Noorwaard` Mart en Dirk-Jan pakken bij de grotere plassen de telescoop erbij. Dan zien we wintertalingen, kluten, smienten, slobeenden en Mart haalt zelfs een keer een watersnip voor de telescoop. Op één van de bruggen staat een vogelaar die af en toe brood in het water gooit. Veel meeuwen komen er op af. Het is hem te doen om meeuwen met een ring te fotograferen en zo de ringen af te kunnen lezen. Tussen de vele kokmeeuwen vliegt ook een jonge Pontische meeuw. Verder zien we zilvermeeuwen, mantelmeeuwen en later op een vogeleiland nog een zwartkopmeeuw.
Dan gaan we door naar een doodlopend stukje waar we van de fiets afstappen. Daar zien we twee zeearenden jagen. Duizenden vogels vliegen op de lucht in en… jawel… een zeearend pakt een brandgans als maaltijd. Het is en blijft prachtig om de koning onder de Nederlandse vogels te zien zweven, slechts af en toe onderbroken door een vleugelslag. Dan betrekt de lucht snel en trekt een korte maartse bui over. Onder een uitzichtpunt hebben we enige beschutting tegen de regen. Maar we zijn toch waterrotten in de Biesbosch?! Na een minuut of wat wordt het lichter en breekt de zon weer door.
We nemen een kijkje bij een flinke beverburcht. De ingangen zitten onderwater. We stappen weer op de fiets en gaan naar de grienden met de naam: `De Pannenkoek`. We maken een wandeling door de verschillende soorten wilgengroepen en komen bij de eendenkooi. Niet meer te begrijpen dat ze vroeger zelfs nonnetjes en verschillende eenden soorten vingen en deze ook gegeten werden… Over eten gesproken. Het is rond 12.00 uur en de maag vraagt ook aandacht. Bij enkele picknicktafels beginnen we met stil gebed en eten met smaak de meegebrachte boterhammen op.
Ook gaan er de pakjes met stroopwafels rond. Ondertussen vult onze soortenlijst zich langzaam maar zeker. Inmiddels hebben we ook de zwarte kraai en de kauw erop staan. Ook laat de raaf van zich horen. Nu missen we eigenlijk nog één soort van de kraaiachtigen. Zouden we deze ook gaan zien? Of wordt het een roeken-loze tocht? We fietsen het Biesbosch museum-eiland voorbij. De `Petrusspaarbekken` slaan we deze keer over. Bij het trafostation gaan we links af en fietsen naar het `Gat van Lijnoorden`. Helaas geen ijsvogels hier. En wat missen we eigenlijk nog veel soorten die onderweg zijn vanuit het zuiden naar hier. We denken aan de nachtegaal, de spotvogel, de snor, de sprinkhaanzanger, enz.
Wat we inmiddels wel gezien hebben is een prachtig jagende blauwe kiekendief, maar ook de bruine kiekendief, buizerd, torenvalk en een havik. We fietsen door naar Polder Malta. Als de weg hier ophoudt, stappen we af en lopen een stukje door riet en wilgen naar het einde bij het `Gat van de Noorderklip` aankomen. Hier is het stil met vogels. We lopen en fietsen terug en daarna gaan we naar polder `Ganzenwei`. Deze polder is geen polder meer maar een grote, ondiepe plas geworden. Hier is een Roemeen aan het vissen. Hij heeft beet en trekt een flinke snoek naar de kant. Niels pakt het schepnet en vist de snoek uit het water. De visser moet flink zijn best doen om de haak uit de bek te krijgen. Verschillende gaan met de snoek op de foto en ook de visser vraagt om van hem een foto met de snoek te maken. We zeggen tegen elkaar: deze snoek gaat vandaag nog in de maag. Maar nee, de snoek wordt keurig in het water terug gezet. Dan gaan we richting de parkeerplaats. De lucht wordt donker en de wind neemt toe. We krijgen een tweede buitje deze dag over ons heen. En als het droog wordt, drogen we ook zo weer op.
Maar, nog steeds geen roek gezien… Op de parkeerplaats staan de eerste ouders hun kroost op te wachten. Niet lang hierna volgt er nog een auto die vier deelnemers tegelijk ophaalt. Een flinke fietsendrager voor vier fietsen op de trekhaak. We nemen afscheid van elkaar en een ieder gaat naar zijn bestemming. Als Marten en ik over knooppunt Gorinchem rijden zien we een hele roekenkolonie in de hoge populieren hun nesten bouwen. Tja, we fietsen niet meer… Hoort deze roekenkolonie nu wel of niet op het lijstje van onze waarnemingen? Is het nu wel of geen roeken-loze tocht? U, als lezer, mag het beoordelen… Hebben we nu 66 of 67 soorten gezien?
Dirk-Jan Verboom
