Met 10 mensen op de wachtlijst was het blijkbaar dringen om een plekje in de bus te krijgen. Teveel aanmeldingen dus. Maar de busmaatschappij kwam twee dagen tevoren met het verblijdende bericht dat er tóch een grotere bus beschikbaar kwam tegen dezelfde prijs. Nu kon toch iedereen mee! Het is altijd spannend of de weersomstandigheden goed zijn, maar dat bleek uitstekend te zijn. Niet te veel wind, zonnetje, wel wat frisjes.
We sloegen dit keer Stellendam over en begonnen direct in de polders achter Goedereede. In de hoop groepen ganzen te kunnen afkijken en groepen goudplevieren. Maar de polders bleken ganzen- en plevierenloos te zijn. Wel zagen we af en toe wat reeën op de akkers: altijd leuk! En die ooievaar die samen met een grote zilverreiger in een weiland liep, zien we ook niet vaak in de winter. Dan maar door naar de Brouwersdam. Maar niet voordat we bij ’t Volgerland bij Ouddorp hebben gekeken. Dat leverde een grote groep goudplevieren op de akkers op en een sneeuwgans. We waren even blij met de sneeuwgans, maar via internet kwamen we er achter dat deze gans al jaren hier zit en een verwilderde vogel is. Jammer voor degenen die zich een soort rijker hadden gerekend op hun levenslijst: min 1 weer.
Langs de Brouwersdam is het altijd prijs. Ook nu vermaakten we ons uitstekend. Veel vogels ver weg op zee, maar prima met de telescoop te zien, andere dichterbij en goed te doen met de verrekijker. Sommige fotografen lagen alweer horizontaal langs de vloedlijn, waar een oeverpieper, paarse strandlopers, middelste zaagbekken, eiders en zelfs zwarte zee- eenden zich dichterbij lieten zien. Een bontbekplevier kwam langsvliegen. Hier en daar dook een roodkeelduiker, een brilduiker. een geoorde fuut of een zeehond in een telescoopbeeld op. Verrassing was een groep van 125 kleine rietganzen overvliegend richting het noorden, op weg van de overwinteringsgebieden in België naar Friesland of Denemarken als tussenstop om dan de zomer door te brengen in het hoge noorden.
Meer zuidelijk langs de Brouwersdam bevonden zich enkele grote zee-eenden. Die zien we ook niet elke excursie. Meestal zie je die ver weg, maar dichtbij lieten ze zich op normale afstand zien. Prachtige eend. Als klap op de vuurpijl zag Wilke ineens een adult mannetje ijseend zwemmen. Die was hier nog niet eerder gemeld deze winter.
En dan door naar de Prunje, want we wilden toch wel erg graag het groepje fraters zien, die hier al wekenlang zitten. Dit is een gebied wat ook in de winter bomvol vogels zit. We zagen direct al grote groepen smienten en kluten. Een zwarte ruiter liep op niet al te grote afstand in het water. Hier en daar een lepelaar en een tureluur. Een paartje nonnetje streken vlak langs de bus in het water neer. Andere vogelaars wezen ons op een groepje strandleeuweriken. Op afstand weliswaar, maar door de telescoop waren de zwarte ‘hoorntje’ op de kop heel goed te zien. Eén keer vloog het groepje op en kwam luid roepend over ons heen. “En waar zijn nu de fraters?” Familie de Wit liep alvast vooruit en meldden tien minuten later dat ze de fraters in beeld hadden. De hele Boomvalk-meute eropaf. En jawel, daar zaten deze schaarse vogels op de dijk, in het zonnetje, rustend en poetsend. Zo mooi krijg je ze niet vaak te zien.
Het plan eerder die ochtend was om tijd uit te trekken voor Neeltje Jans. Waarom? Omdat daar al een paar weken in de Delta Expohaven van Neeltje Jans een zwarte zeekoet zwom. Het lastige was deze soort af en toe niet en af en toe wel werd gezien. Zou hij er vandaag misschien weer zwemmen? Toch maar de gok gewaagd en richting Neeltje Jans afgezakt. Tevergeefs. Ook de haven aan de binnenzijde (waar de dag ervoor nog twee parelduikers zwommen) bleek leeg, op een dodaars en wat middelste zaagbekken na. Jammer. Maar ja, niet geschoten is altijd mis.
Weer terug dus. En als laatste stop de omgeving van de Plompe Toren en de Koudekerksche Inlaag bekijken. Dat bleek ook geen succes. Op de Oosterschelde was weinig te zien. Waar we in andere jaren altijd wel kuifduikers, alken of bruinvissen zagen, was het water nu leeg. We vermaakten ons met wat lepelaars en zwarte ruiters. Maar de ‘buit’ was toch al binnen: een mooie dag met mooi weer buiten in de Delta, dat is al heerlijk op zich. En die paar zeldzame waarnemingen (strandleeuwerik, grote zee-eend, ijseend, frater, waarvan de frater voor velen een nieuwe soort betekende) maakten het allemaal nog leuker.
Deze dag kwamen we uit op 94 (waarvan drie exoten) soorten en dat is geen slechte score voor een winterdag.
Bedankt voor het meedoen en voor de gezelligheid en tot de volgende keer.
Check ook vooral de foto’s op de fotopagina. Fotografen, bedankt voor de foto’s!



